Indicaties en signalen: wanneer naar de kinderfysiotherapeut

De grote vraag is wanneer u met uw kind naar de fysiotherapeut moet. Hieronder kunt u voorbeelden lezen van signalen die erop wijzen dat er problemen kunnen zijn in het bewegend functioneren. Daarnaast vind u een overzicht van signalen.

Indicaties

Bij sommige kinderen verloopt de sensomotorische ontwikkeling langzamer of anders dan bij andere kinderen.
De oorzaak hiervan kan liggen in verschillende systemen van het lichaam. Het kan b.v. veroorzaakt worden door een niet goed "afgestemd" zijn van de werking van de zintuigen (senso) en de spieren (motoriek). Bewegen komt tot stand door een samenwerking van zintuigen en motoriek.
Het kan zijn dat die samenwerking niet optimaal verloopt: bepaalde zintuigen kunnen over- of ondergevoelig reageren en dit heeft zijn invloed op het motorisch gedrag. Wanneer een kind bijvoorbeeld angstig is om te klimmen kan dit veroorzaakt worden door een overgevoeligheid in het evenwichtsorgaan.
Een ander voorbeeld: een kind dat niet graag geknuffeld wil worden kan overgevoelig reageren met zijn tastzintuig. De kinderfysiotherapeut kan de werking van de zintuigen onderzoeken en zo nodig behandelen.

Een stelregel is:
Heeft u een "niet-pluis gevoel", dan is dat reden genoeg om een deskundige te raadplegen.

Welk motorisch gedrag kan wijzen op een sensomotorische stoornis?

Enkele voorbeelden:

  • uw kind beweegt niet zoals verwacht, b.v. bij aankijken, geluidjes maken of aanraken
  • uw kind voelt slap aan of juist heel gespannen
  • uw kind heeft te weinig of juist teveel spierkracht
  • uw kind is passief of juist overactief
  • gewrichten kunnen heel ver worden bewogen of juist niet ver genoeg
  • er is verschil in bewegen tussen de linker en de rechter lichaamshelft
  • er is verschil in bewegen tussen de bovenste en de onderste lichaamshelft
  • uw kind wil niet of nauwelijks van de ene naar de andere houding bewegen
  • uw kind wordt angstig en/of gaat huilen als het wordt bewogen
  • uw kind heeft last van onverklaarbaar huilen
  • uw kind reageert met huilen en/of terugtrekken op onverwachte en/of nieuwe situaties
  • uw kind vindt het vervelend om vieze handjes te maken
  • uw kind struikelt vaak en/of loopt vaak ergens tegenop
  • uw kind durft niet te schommelen
  • uw kind kan moeilijk stil zitten
  • uw kind doet bewegingen te hard of te zacht
  • uw kind heeft moeite om zich te concentreren
  • uw kind laat vaak voorwerpen vallen, heeft kleine ongelukjes of last van botsen en stoten
  • uw kind heeft moeite met gym
  • uw kind houdt niet van knutselen/kleuren
  • uw kind heeft moeite met schrijven
  • uw kind beweegt houterig
  • uw kind heeft een matige lichaamshouding b.v. een kromme of holle rug
  • uw kind is snel vermoeid
  • uw kind heeft problemen met de luchtwegen
  • uw kind gaat achteruit in zijn functioneren

Als een kind in de sensomotorische ontwikkeling een achterstand of een aandoening heeft, is het heel goed mogelijk dat het zich daardoor ook op andere gebieden minder goed gaat ontwikkelen. Hierbij kunt u denken aan spel, sport en contact met leeftijdgenoten in de groep.
Het is daarom van groot belang vroegtijdig te starten met de juiste zorg, zodat het kind zich optimaal kan ontwikkelen en weer "lekker in zijn vel" komt.

Voorbeelden van indicaties kunnen zijn:

Bij een baby of peuter:

  • motorische ontwikkelingsachterstand
  • asymmetrische zuigeling, voorkeurshouding
  • huilbaby
  • drink- en/of eetproblemen
  • billenschuiver
  • cerebrale parese (sensomotorische problemen op basis van een hersenbeschadiging )
  • spina bifida (beschadiging wervelkolom)
  • pre-dysmature kind: te vroeg geboren en/of een achterstand in ontwikkeling in groei
  • plexus brachialis laesie (letsel aan zenuwen) t.g.v. de bevalling

Bij een jong kind:

  • motorische ontwikkelingsachterstand
  • afwijkend looppatroon b.v. op de tenen lopen
  • mentale retardatie : achterstand op de verstandelijke ontwikkeling
  • sensomotorische problemen op basis van een hersenbeschadiging
  • cerebrale parese :sensomotorische problemen op basis van een hersenbeschadiging
  • lage of hoge spierspanning
  • orthopedische afwijkingen
  • aangeboren afwijkingen die de motoriek beinvloeden
  • ademhalingsproblemen
  • jeugdreuma

Bij een ouder kind:

  • Motorische ontwikkelingsachterstand, grove en/of fijne motoriek
  • DCD, Development Coördination Disorder
  • Sensomotore problemen
  • Schrijfproblemen
  • Houdingsproblemen
  • Orthopedische aandoeningen
  • Pijnklachten in spieren en/of gewrichten
  • Ademhalingsproblemen
  • Sportletsels
  • ADD, ADHD en NLD: bepaalde ontwikkeling met aandachtsproblemen
  • Pervasieve ontwikkelingsproblemen:moeite met sociale contacten
  • Jeugdreuma
  • Mentale retardatie : achterstand in de verstandelijke ontwikkeling
  • Cerebrale parese : sensomotorische problemen op basis van een hersenbeschadiging
  • Hersenletsel t.g.v. een ongeluk
  • Lichamelijke spanningsklachten als hoofdpijn, buikpijn, vermoeidheid zonder dat een medische oorzaak is gevonden